De basis is eenvoudig: jij leent als privépersoon geld en je holding verstrekt de lening. De holding krijgt daardoor een vordering op jou en jij krijgt privé een schuld aan de holding. Dat geld is dus niet uit de holding verdwenen alsof het salaris of dividend is. Het blijft een lening die je volgens de gemaakte afspraken moet terugbetalen. De Belastingdienst wil wel dat de voorwaarden zakelijk zijn. Oftewel: afspraken die je holding ook met een buitenstaander zou maken.
Over de lening betaal je rente aan de holding. Voor de holding is dat inkomen, en dat telt mee voor de winst. De vordering op jou komt op de balans van de holding. Daarmee ontstaat bij een hypotheek via je eigen holding een belangrijk onderscheid: privé betaal je rente, terwijl de holding rente ontvangt. Dat betekent niet dat de financiering ‘kosteloos’ is.
De eerste vraag is niet hoeveel geld er op de bankrekening van de holding staat, maar hoeveel daarvan daadwerkelijk beschikbaar is.
De holding moet na het verstrekken van de lening voldoende financiële ruimte overhouden voor haar eigen verplichtingen, investeringen en buffers. € 500.000 op een bankrekening betekent bijvoorbeeld niet automatisch dat het verstandig is om € 450.000 daarvan voor dertig jaar aan privé uit te lenen.
Daarnaast moet jij privé de rente en eventuele aflossing kunnen dragen. Ook dat hoort bij zakelijk handelen: een onafhankelijke financier zou willen weten of de geldnemer zijn verplichtingen kan nakomen.
Vergelijk de constructie daarom met een reguliere bankfinanciering. Kijk niet alleen naar de rente, maar ook naar looptijd, flexibiliteit, aflossingsvoorwaarden, zekerheden, advies- en notariskosten én naar wat het uitlenen van geld betekent voor de liquiditeit van je holding.
Een lening tussen jou en je holding leg je schriftelijk vast. Daarin staan in ieder geval het leenbedrag, de rente, looptijd, aflossingsafspraken, betalingsmomenten en eventuele zekerheden. De rente moet marktconform zijn. Een vast percentage daarvoor bestaat niet. Wat redelijk is, hangt onder meer af van de looptijd en rentevaste periode, jouw financiële positie, de hoogte van de lening ten opzichte van de woningwaarde, de aflossingsafspraken en de zekerheden die de holding krijgt.
Een lening met een sterk hypotheekrecht en een relatief lage verhouding tussen schuld en woningwaarde heeft bijvoorbeeld een ander risicoprofiel dan een lening zonder zekerheid. Dat mag terugkomen in de rente.
Alleen een nette overeenkomst opstellen is overigens niet genoeg. Als daarin staat dat je maandelijks rente en aflossing betaalt, moet dat in de praktijk ook gebeuren. De Belastingdienst waarschuwt expliciet dat zowel onzakelijke voorwaarden als het niet nakomen van de afspraken fiscale gevolgen kunnen hebben.
Dat je geld leent van je eigen B.V. verhindert op zichzelf de hypotheekrenteaftrek niet. De Belastingdienst bevestigt dat rente op een lening bij een B.V. aftrekbaar kan zijn als aan de voorwaarden voor een eigenwoningschuld wordt voldaan.
Sluit je een nieuwe lening af onder de huidige regels? Let dan in elk geval hierop:
- Het geld wordt gebruikt voor aankoop, verbetering of onderhoud van je eigen woning;
- je lost minimaal annuïtair of lineair af in maximaal 30 jaar (voor leningen vanaf 1 januari 2013);
- de rente is marktconform en wordt daadwerkelijk betaald;
- is de lening afgesloten na 31-12-2022? Deze lening moet notarieel vastgelegd zijn om buiten de regeling van excessief lenen te blijven; en
- je geeft de gegevens van de lening door in je aangifte inkomstenbelasting.
Een lening tussen jou en je holding leg je schriftelijk vast. Daarin staan in ieder geval het leenbedrag, de rente, looptijd, aflossingsafspraken, betalingsmomenten en eventuele zekerheden. De rente moet marktconform zijn. Een vast percentage daarvoor bestaat niet. Wat redelijk is, hangt onder meer af van de looptijd en rentevaste periode, jouw financiële positie, de hoogte van de lening ten opzichte van de woningwaarde, de aflossingsafspraken en de zekerheden die de holding krijgt.
Een lening met een sterk hypotheekrecht en een relatief lage verhouding tussen schuld en woningwaarde heeft bijvoorbeeld een ander risicoprofiel dan een lening zonder zekerheid. Dat mag terugkomen in de rente.
Alleen een nette overeenkomst opstellen is overigens niet genoeg. Als daarin staat dat je maandelijks rente en aflossing betaalt, moet dat in de praktijk ook gebeuren. De Belastingdienst waarschuwt expliciet dat zowel onzakelijke voorwaarden als het niet nakomen van de afspraken fiscale gevolgen kunnen hebben.
Voor hypotheekrenteaftrek hoeft je holding geen hypotheekrecht bij de notaris te laten vestigen. Een lening zonder hypotheekrecht kan dus nog steeds kwalificeren als eigenwoningschuld als aan de overige fiscale voorwaarden wordt voldaan. Het ontbreken van zekerheid kan uiteraard wel invloed hebben op de zakelijke voorwaarden en de marktconforme rente.
Naast de eigenwoningregeling bestaat de regeling excessief lenen bij de eigen vennootschap. Op dit moment geldt een grens van € 500.000. Let op: het kabinet heeft aangekondigd de grens te willen verlagen naar € 100.000. Dat is nog een voorstel. Check dus altijd de actuele stand van zaken.
Voor het bepalen van het bovenmatige deel worden relevante schulden aan meerdere eigen B.V.'s bij elkaar opgeteld. Ook schulden van je fiscale partner, kinderen of ouders tellen mee: de grens geldt voor jullie samen en niet per persoon. Voor zover de gezamenlijke relevante schulden boven de grens uitkomen, kan het meerdere als inkomen uit aanmerkelijk belang in box 2 worden belast. Die € 500.000 is dus geen absoluut leenverbod. Het is een fiscale grens binnen de regeling excessief lenen. Eigenwoningschulden kunnen buiten deze berekening blijven. Daarvoor geldt wél dat de holding een hypotheekrecht op de woning moet hebben.
Wil je je eigen woning financieren vanuit de holding, dan helpt deze volgorde om fiscale en praktische keuzes uit elkaar te houden.
1. Bepaal je financieringsbehoefte en fiscale eigenwoningschuld. Breng in kaart waarvoor je het geld gebruikt en welk gedeelte fiscaal als eigenwoningschuld kan kwalificeren. Controleer daarbij eventuele overwaarde, bestaande leningdelen en overgangsrecht.
2. Toets beide kanten van de lening. Bekijk privé of je rente en aflossing kunt dragen én binnen de holding hoeveel geld verantwoord kan worden uitgeleend zonder de onderneming financieel klem te zetten.
3. Onderbouw rente en voorwaarden. Leg vast waarom de gekozen rente en overige voorwaarden zakelijk zijn. Bewaar de onderbouwing in je dossier.
4. Maak een aflossingsschema. Moet de lening voor renteaftrek annuïtair of lineair worden afgelost, zorg dan dat het schema daarop aansluit.
5. Leg de lening formeel vast. Stel een leningsovereenkomst op en leg ook de benodigde besluitvorming binnen de holding zorgvuldig vast.
6. Regel zo nodig het hypotheekrecht. Is een hypotheekrecht gewenst of noodzakelijk, dan gebeurt dit via de notaris. Staat er al een bankhypotheek op de woning, dan moet ook worden bekeken welke afspraken met de bank nodig zijn en welke rang het hypotheekrecht van de holding krijgt.
7. Voer de afspraken daadwerkelijk uit. Maak het geld aantoonbaar over en betaal vervolgens rente en aflossing volgens de overeenkomst.
8. Verwerk alles in administratie en aangiften. De holding neemt de lening als vordering op en verwerkt de renteopbrengsten. Privé moet de lening op de juiste manier in de aangifte inkomstenbelasting terechtkomen.
Financiering via de holding kan flexibiliteit bieden. Je bepaalt binnen zakelijke grenzen samen met je eigen holding hoe de financiering wordt ingericht en de betaalde rente komt als opbrengst bij de holding terecht in plaats van bij een externe financier.
Daar staat tegenover dat die rente bij de holding onderdeel is van de fiscale winst en dus belast wordt met vennootschapsbelasting. Privé trek je de rente af in box 1 tegen een ander tarief. Per saldo kan dat gunstig of ongunstig uitpakken. Bovendien wordt geld voor langere tijd vastgelegd dat de holding niet meer voor andere investeringen of als buffer kan gebruiken. Een hypotheekakte brengt daarnaast notariskosten met zich mee.
Een veelgemaakte denkfout is daarom: ik betaal de rente toch aan mezelf. Fiscaal werkt het niet zo. Jij privé en je holding zijn afzonderlijke partijen en de rente verplaatst vermogen van privé naar de holding B.V.
Stel dat je holding € 250.000 aan jou uitleent voor de aankoop van je eigen woning. Voor dit voorbeeld nemen we een rente van 4% per jaar. Dit percentage is nadrukkelijk géén advies of indicatie van een marktconforme rente voor jouw situatie.
De holding maakt € 250.000 beschikbaar, rechtstreeks aan jou of via de notaris bij de aankoop. Jij hebt vervolgens een schuld van € 250.000 aan de holding. Bij 4% bedraagt de rente in het eerste jaar, vereenvoudigd en zonder rekening te houden met tussentijdse aflossingen, € 10.000. Die € 10.000 betaal je privé aan de holding. Voor de holding is dit renteopbrengst.
Los je lineair af in 30 jaar, dan betaal je daarnaast ongeveer € 8.333 per jaar aan aflossing. Dat is iets anders dan rente. De aflossing verlaagt je schuld van € 250.000 naar ongeveer € 241.667. Aflossing is niet aftrekbaar.
Of de € 10.000 rente geheel aftrekbaar is, kan niet uit alleen deze cijfers worden geconcludeerd. Daarvoor moeten onder andere het gebruik van de lening, de eigenwoningregels, een eventuele eigenwoningreserve, aflossingseisen en overige persoonlijke omstandigheden worden beoordeeld.
De beste inrichting hangt uiteindelijk af van zowel je privésituatie als de financiële positie van je holding. Zeker bij een groter bedrag, een bestaande hypotheek of overgangsrecht is het daarom verstandig de fiscale uitwerking en leningdocumentatie vooraf met je financieel of fiscaal adviseur en, waar nodig, de notaris af te stemmen. Dan weet je vóórdat het geld wordt overgemaakt hoe de lening privé én in de holding uitpakt.
De fiscale behandeling van een lening hangt af van de feiten en omstandigheden. Bovenstaande informatie is algemeen van aard en vervangt geen fiscaal advies voor jouw specifieke situatie.